De religie van kapitaal

In februari 2012 luisterde ik naar een lezing van professor Gerrie ter Haar die jarenlang de relatie tussen religie en ontwikkeling onderzocht. Ik was onmiddellijk verrast door bepaalde elementen in haar betoog aangezien ze haar lezing begon met een interessante vergelijking tussen de wijze waarop religie beleefd wordt en de manier waarop wij omgaan met onze economie.

“Vandaag staan we oog in oog met een financiële crisis die er voor zorgt dat we allemaal onze fundamentele veronderstellingen over hoe de wereld en de manier waarop die geregeerd wordt, in vraag moeten stellen. Of, om preciezer te zijn: de krachten waarvan geloofd wordt dat deze de wereld regeren.” zei ze.  “Religieuze gelovigen verbinden over het algemeen zo’n kracht aan bepaalde spirituele entiteiten – zoals goden, godheden, geesten of andere onzichtbare entiteiten. Maar seculieren verbinden eveneens een bepaalde macht met onzichtbare krachten. Zo refereert men aak naar datgene wat men omschrijft als ‘de markt’, of meer expliciet, de onzichtbare entiteit die men kent onder de naam ‘kapitaal’ (wat men niet mag verwarren met geld of fysieke objecten zoals land en gebouwen, aangezien dat slechts de vormen zijn waarin kapitaal zichtbaar wordt). In beide gevallen – religieus en seculier – gelooft men dat deze onzichtbare krachten een invloed uitoefenen op onze materiële wereld.”

Professor Ter Haar wist dat wat ze zei misschien wat eigenaardig zou klinken in de oren van sommigen waardoor ze er snel aan toevoegde: “Alvorens iemand aanstoot neemt aan deze vergelijking, wil ik wel duidelijk maken dat ik niet beweer dat de onzichtbare krachten waarvan verondersteld wordt dat ze onze wereld regeren – economische of spiritueel – in elk opzicht dezelfde zijn. Maar wat ik suggereer is dat we in beide gevallen te maken hebben met het geloof in transcendente oorzaken die zich op verschillende manieren manifesteren, afhankelijk van de geschiedenis en de cultuur van een bepaalde samenleving. Beide komen voort uit specifieke manieren om de wereld te bekijken. Alleen gebruikt men in het ene geval religieuze termen, in het andere, economische. En in het geval van dat laatste is de moderne politiek en business gebaseerd op de veronderstelling dat een onzichtbare entiteit genaamd ‘kapitaal’ (in principe) voor iedereen toegankelijk is hoewel het op het hoogste niveau gemedieerd wordt door een hele reeks technieken die in handen zijn van specialisten zoals bankiers en economen. Op een zelfde manier wordt de toegang tot het transcendente van de religieuze gelovigen gemedieerd door experten zoals priesters en theologen, die daarbij hun eigen technieken hebben. We kunnen dus zeggen dat de economen de theologen hebben vervangen in de moderne maatschappij en dat zij diegenen geworden zijn die kunnen voorspellen hoe de toekomst er zal uitzien – of die op zijn minste beweren dat ze dat kunnen.”*

Het stemde me tot nadenken… en het leidde me tot de conclusie dat we aan de vergelijking eigenlijk nog heel wat kunnen toevoegen… De bankkantoren die in hoge wolkenkrabbers huizen, lijken wel moderne tempels die gebouwd werden om te imponeren en gevoelens van eerbied op te wekken; de hoog geplaatste experten voeren niet enkel ‘technieken’ uit maar bepalen ook op welke wijze bepaalde rituelen moeten worden uitgevoerd (zoals het verhandelen op de beurs, het terugbetalen van leningen, het bepalen van interestvoeten, etc); er zijn heel wat missionarissen van het kapitalistische systeem zoals de neoliberale politici die de verspreiding van het kapitalisme als een inherent goed iets beschouwen omdat ze geloven dat het de wereld verbeterd; en last but not least, de religie van het kapitaal gelooft in de basisstelling – zijn Waarheid met een grote W zeg maar – dat het kapitalisme een universeel systeem is dat op een onafwendbare manier de toekomst vormt voor de gehele mensheid.

Zodus, hoe sterk seculier vele neo-liberalen ook denken te zijn, in vele opzichten kunnen zij als sterk ‘religieus’ bestempeld worden. En veelal gaan ze ook diegenen die zich ‘bekeerden’ tot een ander systeem belachelijk maken of tegenwerken. Met kapitaal als haar god, werd het kapitalisme een schijnbaar vanzelfsprekende realiteit en velen kunnen geen andere mogelijkheid meer bedenken om met onze economische wereld om te gaan – net zoals vele mono-religieuze culturen niet buiten hun religieuze system konden denken in hun aanpak van sociale kwesties.

Er is echter één groot verschil tussen echte religie en dit nieuwe mondiale socio-economische ‘religie-achtige’ wereldbeeld: echte religie draagt een vorm van ethiek in zijn kern terwijl in het centrum van de religie van kapitaal vooral de hebzucht schuilt. Uiteraard is het zo dat de initiële drijfveer van het kapitalisme erin bestond van zo veel mogelijk mensen zo gelukkig mogelijk te maken. En de meeste neo-liberalen bekijken het zeker nog steeds op dezelfde manier. Maar de manier waarop men dit geluk wil bewerkstelligen verschilt heel sterk. Hoe wil de religie van het kapitaal dit geluk verspreiden? Met geld en consumptie. Hoe streeft een spirituele religie ernaar? Vanuit ethiek.

Nu kan men misschien zeggen: “Religie heeft al heel vaak niet tot hogere ethische normen geleid. Religieuze gelovigen zijn vaak zelfs de oorzaak geweest van heel wat onethische praktijken.” Dit is zeker zo. Maar hetzelfde kan gezegd worden van de kapitalistische wereldvisie: de God van het kapitaal wordt verondersteld om iedereen rijkdom te brengen hoewel hij in realiteit enkelen veel rijkdom bracht en heel velen behoorlijk wat armoede.

Op zijn minst bestaat er in echte religies altijd een mogelijkheid dat er profeten en wijzen opstaan die het gedrag van de samenleving confronteren met een spiegel van spirituele ethiek. Maar wanneer het ideaal van rijkdom of hebzucht onze spiegel wordt, dan kunnen de ‘profeten’ en ‘wijzen’ van de religie van het kapitaal enkel tot de conclusie komen dat de huidige toestand van de wereld in overeenstemming is met hun God. Overconsumptie werd immers een deugd, het recht van de economisch sterkste werd de sociale norm en oorlog die armen doodt maar rijkdom brengt voor anderen werd gerechtvaardigd.

Er is natuurlijk niets verkeerd met handel en economie op zich maar wanneer ze als goden behandeld worden, zijn ze gevaarlijker dan eender welke religie ooit is geweest.

Eens te meer moet ik daarom de nadruk leggen op het belang van een herleven van ethische spiritualiteit in onze modern mondiale samenleving. We hebben spiritualiteit nodig om deze ‘nieuwe’ religie van het kapitaal te veranderen. Dat wil zeggen: om de focus op hebzucht en rijkdom te veranderen, moeten we terug focussen op dat wat de ziel werkelijk begeesterd. En die begeestering zal de bestaande en komende alternatieven inspireren en versterken – alternatieven die zullen tonen dat klein ook mooi kan zijn, dat genieten niet enkel van het materiële afhangt en dat vrede geen kwestie is van kosten en kapitaal maar van liefde en overgave.

 

* de citaten komen uit ter Haar’s nota’s voor de lezing. Den Haag, 9 februari 2012.

Share