Een (on)verdoofd debat

Even ritueel als het offerfeest zelf zijn de jaarlijkse publieke discussies erover.“Moslims krijgen ongelijk” kopte o.a. De Standaard. Maar waarin dan precies?

Wat telkens opnieuw verrast in de polemiek is de wijze waarop alles steevast gekaderd wordt als getouwtrek tussen slachtmeszwaaiende moslims die vooral hun religieuze regels willen laten gelden en niet-moslims die met dierenwelzijn begaan zijn.

Zo goed als nooit wordt verwezen naar het feit dat de religieuze regels net dierenwelzijn voorop stellen. Het onverdoofde slachten is namelijk maar één klein onderdeel van heel wat regels waarbij de meeste het dierenwelzijn net voorop zetten. Zo moet de slachter ook heel bedreven zijn, moet het mes dermate scherp zijn dat het dier de snee zo min mogelijk voelt en mogen de dieren elkaar niet zien alvorens ze geslacht worden.

De islamitische traditie laat dan ook meer dan genoeg openheid om het debat over dierenwelzijn te voeren. Om dat in te zien moeten we echter wel het eeuwige beeld laten varen van de irrationele en bloeddorstige moslim.

Evenzo moeten we het beeld achterwege laten van de engelachtige en geweldloze Westerling. Want wat bleek de uiteindelijke conclusie van de rechter in het kort geding? “Dat onverdoofd slachten enkel in een erkend slachthuis kan.” In een écht slachthuis zijn immers “meer garanties voor hygiëne en de volksgezondheid. ”

Het ‘ongelijk’ van de moslimorganisaties was dus de tijdelijke slachtvloeren, niet het onverdoofde slachten op zich.

Wat men precies denkt over verdoofd of onverdoofd slachten, blijkt van weinig tel. Dierenwelzijn is vooral een hot item wanneer het offerfeest er aan komt. Nochtans weten de meeste mensen maar al te goed dat onze vleesindustrie zeker niet altijd even ‘kosher’ is. Zo kon men maandag nog lezen dat gezonde varkens massaal antibiotica krijgen toegediend. Door onze algemene en overmatige drang naar vlees moet het nu eenmaal steeds sneller en steeds meer – met behoorlijk wat dierenleed en hygiëneproblemen tot gevolg.

En laat net dat ook het probleem van de tijdelijke slachtvloeren zijn. Want niet zozeer het religieuze aspect maar wel de ongewone hoeveelheid en snelheid zorgen er voor dat de regels niet voldoende worden toegepast en dat de volksgezondheid soms in het gedrang komt.

Zowel het probleem als de oplossing zijn dus voor beide partijen dezelfde. Van onverzoenbare principes is weinig sprake. Het jaarlijkse debat verdooft zichzelf vooral door beeldvorming. Want als we werkelijk zo om dierenwelzijn bekommerd waren, dan zouden we waarschijnlijk geen jaarlijkse rituele discussie houden over het offerfeest en wel een permanent pleidooi houden voor vegetarisme.

Share