Het ego is een ziel in de knoop

Elke spirituele realiteit kan steeds op verschillende manieren beschreven worden. Hoewel ik bijvoorbeeld vaak schrijf over de noodzaak aan ego-afbraak – dat wil zeggen: de noodzaak om egoïsme en egocentrisme uit ons leven te bannen – even goed kan ik datzelfde principe beschrijven als de noodzaak om het ego te 'ontwarren'.

Het ego is immers geen aparte entiteit die ons plots 'overvalt' of 'inneemt' en als een klein innerlijk duiveltje ons bestaan vasthecht in verleiding en begeerte. Het ego is geen 'kwade innerlijke geest' die onze 'goede ziel' zo veel mogelijk probeert te beperken of verblinden. Het ego komt daarentegen voort uit de ziel – de twee zijn fundamenteel met elkaar verbonden.

We moeten er dan ook op letten dat onze beeldspraak geen foutieve tweedeling oproept en ons verkeerdelijk het gevoel geeft dat we ons 'ik' compleet moeten verwijderen en één of andere onbepaalde ziel zo veel mogelijk moeten 'uitbreiden'.

Zo spreekt Krishna in De Bhagavad-Gita over het 'Hogere Zelf' dat men moet bevrijden van de illusies die het 'lagere zelf' ons voorhoudt. Het lagere zelf is immers die innerlijke fluistering die ons het idee aanpraat dat bezit, macht en status belangerijker zijn dan vertrouwen, overgave en liefde. Een dergelijke woordkeuze zorgt al snel voor een expliciete tweedeling, maar ook wie de woorden van Krishna leest, moet begrijpen dat het lagere zelf niet het absolute tegendeel is van het Hogere Zelf. Het lagere zelf is immers evenveel het Zelf als het Hogere Zelf. Alleen is het lagere zelf een ziel die zichzelf gevangen houdt binnen zinloze muren van vooroordelen, angsten, frustraties, illusies en hebberigheid. En een Hoger Zelf is een ziel die de stroom van het bestaan weer een echte, vrije stroom laat zijn.

Het ego is dus geen amalgaan aan 'primitieve driften' die we compleet uit onszelf moeten bannen om enkel nog een ziel over te houden die totaal ontdaan zou zijn van elke wens, passie, drang of verlangen. De 'egoloze' ziel is daarentegen een zelf dat zijn verlangens in schoonheid beleeft en niet angstig, depressief of gewelddadig wordt wanneer deze niet in vervulling gaan of een andere vorm krijgen dan op voorhand gewild.

Zo is er helemaal niets verkeerd met hunkeren naar een persoon, maar wanneer dat hunkeren een obsessieve begeerte wordt, dan beperkt en verhindert het de mogelijkheid van een gezonde relatie. Het egoïstische zelf eist dan een antwoord in plaats van vrijheid te bieden.

Er is helemaal niets verkeerd met een zoektocht naar persoonlijk geluk, maar wanneer eigenbelang de constante focus wordt, dan zal men al gauw anderen kwetsen. Het egocentrische zelf wordt dan blind voor het onrecht dat men in het leven roept in plaats van te streven naar evenwicht in het bestaan.

Er is niets verkeerd met bezit, maar niets kunnen loslaten dat zijn tijd heeft gehad, zorgt voor innerlijke onrust. Het hebberige zelf wordt dan steeds onzekerder over het leven in plaats van vertrouwen te scheppen in wat God voorziet.

Het ego is dus enkel een ziel in de knoop en het komt er maar op aan van de knoop te ontwarrren om de ziel meer ruimte te geven.

Het is daarom net een diepe drang van de ziel om lief te hebben maar de ziel geraakt in de knoop en wordt wat men 'ego' noemt wanneer men geliefden, vrienden en familie al te zeer versmacht in krampachtige pogingen om die geheel en al voor zich te houden. Het is een drang van de ziel om zich te willen omringen met schoonheid maar de ziel geraakt in de knoop en wordt wat men 'ego' noemt wanneer men anderen schoonheid ontzegt om zich ervan te verzekeren dat men de eigen begeertes zoveel mogelijk kan voldoen.

Korter gezegd: het verlangen van de ziel verdraait soms in een eindeloos willen en de nood om te stralen wordt soms enge ik-gerichtheid.

De vrijheid van de ziel (her)ontdekt men dan ook wanneer men dat eindeloze willen ontrafelt en het diepere verlangen terug onder ogen ziet. De schoonheid van de ziel (her)ontdekt men wanneer men die enge ik-gerichtheid ontwart en het spontane bestaan weer vertrouwen schenkt.

Ons 'hoger' en 'lager' zelf zijn dan ook geen aparte aparte wezens in één persoon Het Hogere Zelf en het lagere zelf zijn enkel twee manieren van omgaan met onze persoonlijkheid: wie vanuit zijn ego leeft, leeft enkel in zichzelf maar wie vanuit zijn ziel leeft, leeft in liefde.

Share