Nul-economie

Heel wat mensen stellen zich ondertussen de vraag of het idee dat bedrijven en landen economisch MOETEN groeien om 'economisch gezond' te zijn, werkelijk zo'n onoverkomelijke wetmatigheid is als men vaak veronderstelt. Vanuit spiritueel oogpunt kunnen we daar zeker enkele vraagtekens bij plaatsen.

Volgens de Hindoe kosmologie kent het universum een cyclisch patroon waarin het steeds opnieuw wordt gecreëerd en verwoest. Sommige Vedische teksten beschrijven dat Brahma de godheid is die daarvoor instaat. Brahma zelf leeft zo'n honderd jaar – maar dan wel jaren die bestaan uit Brahma-dagen en Brahma-dagen nemen 4 miljard mensenjaren in beslag. In zo één Brahma-dag creëert Brahma telkens 14 Manu's. Die manu's regelen het bestaan van de wereld en het universum. Wanneer een Manu sterft, wordt de volgende gecreëerd, en wanneer de laatste sterft, vergaat ook het universum. Na zo'n uitputtende Brahma-dag komt er een rustgevende Brahma-nacht die opnieuw zo'n 4 miljard jaar in beslag neemt. De volgende morgen begint Brahma gewoon aan een nieuwe dag en dus ook aan een nieuwe reeks Manu's met een bijhorend universum. Na 100 Brahma-jaren (dat is zo'n 311 biljoen 40 miljard mensenjaren) sterft ook Brahma en volgen er 100 Brahma-jaren leegte. Daarna ontstaat een nieuwe Brahma en begint alles opnieuw.

Het wordt nogal groots en bombastisch voorgesteld, maar het schuift uiteindelijk een kleine en eenvoudige waarheid naar voor: indien zelfs alle eeuwig lijkende goden zullen komen en gaan, hoeveel te meer zal alles binnen de wereld dan wel niet verdwijnen? De onvatbare getallen tonen hoezeer de wereld een bijna onzichtbaar speldekopje is in de geschiedenis van de vele universa en dus geen enkele eeuwigheidswaarde kan worden toegekend. Zo beschrijven de Hindoes op een mythologisch-kosmologische manier wat eigenlijk voor alles in de wereld geldt: het ontstaat en vergaat.

Wie niet begrijpt dat werkelijk alles een tijd van groeien en een tijd van verwelken kent, die vertoont een absoluut gebrek aan voeling met de stroom van het leven. Zowel planten, mensen, ideeën, economieën, staten als gehele maatschappijen, ze komen en gaan allemaal. Het idee dat heel wat economen blijkbaar met zich mee brengen – d.w.z. het idee dat economie constant MOET groeien – rammelt dan ook langs alle spirituele kanten. Het is helemaal geen kwestie van moeten. Het is een kwestie van eenvoudig vaststellen dat dat gewoon NIET ZAL gebeuren. Alles zal gaan net zoals het kwam, en dat geldt eveneens voor rijkdom en machtsverhoudingen – ook de kapitalistische.

Wie weet is het zo zo dat het lineaire alfa- en omegadenken van het Christendom er voor iets tussen zit dat de Westerse economische theorieën steeds de groei als alfa-en-omega zagen van onze economie. In het Oosten neemt men het komen en gaan, de eeuwige golven van het bestaan en het principe van circulariteit iets meer als basispremisse. In het Westen leeft eerder het idee van een groei naar een finaal en gelukzalig eindpunt – naar een soort 'Godsbelofte' dus. Wie weet zit deze Christelijke visie inderdaad diep in de genen van heel wat economen ingebakken. Maar als dat zo is, dan is het nodig van er hen op te wijzen dat zij dit diepgewortelde idee in een wel heel onchristelijk kleedje hebben gestoken. Het vredevolle omega waar het Christendom over spreekt is er immers geen van oneindige expansie 'tot iedereen alle luxe heeft'. Het is wel een punt waarop de samenleving in staat zal zijn om op de gepaste wijze om te gaan om met het onvermijdelijke komen en gaan der dingen. Het omega is er één van Liefde, Waarheid en Rechtvaardigheid, niet van blijvende economische groei en vervulling van eenieders eigenbelang.

Sommige economen lijken daardoor te vergeten dat economie in functie staat van een vredevolle maatschappij. Zij lijken het immers om te keren en de samenleving in functie van hun 'economie' (lees: rijkdom) te plaatsen. Uiteraard komen ze zo tot het idee dat de economie en welvaart (lees: de luxe) MOET groeien. Maar goeien moeten we alleen richting Liefde, Waarheid en Rechtvaardigheid.

Laten we het dan maar in alle spirituele eerlijkheid duidelijk stellen: Een economie MOET helemaal niet steeds groeien. Ze is zelfs gedoemd om, net zoals alles in de wereld, te stagneren en te krimpen. De vraag is niet hoe we onze economie in stand kunnen houden of hoe we ze 'anders' kunnen maken zodat we onze huidige levensstijl zo goed mogelijk kunnen blijven bewaren. De vraag is hoe we met de veranderingen, die zich in de wereld onvermijdelijk aandienen, zo liefdevol en rechtvaardig mogelijk kunnen omgaan en welk soort economie daarbij aansluit.

Share