Weg met links en rechts

Doorheen de vele debatten, opinies en discussies in deze verkiezingstijd blijft het onderscheid tussen links en rechts steeds opnieuw de kop opsteken. Dat is uitermate jammer. Deze tweedeling is niet alleen achterhaald, ze verblindt ons ook voor de werkelijke inhoud van de huidige maatschappelijke debatten. En dat is niet omdat ideologie of ‘de grote verhalen’ verdwenen zijn, zoals wel eens wordt beweerd, maar wel omdat de ideologische breuklijnen ondertussen verschoven zijn.

Het gaat immers al lang niet meer om een discussie tussen liberaal marktdenken en socialistisch staatsdenken. Het gaat al lang niet meer over conservatief regeldenken versus progressief vrijheidsdenken. Die tweedelingen kunnen misschien op de achtergrond nog doorspelen, maar ze zijn geenszins bepalend. Dat merk je aan het feit dat socialisten behoorlijk marktgericht uit de hoek komen, dat conservatieven een enorme nadruk leggen op persoonlijke vrijheid, dat liberalen banken willen redden met staatsmiddelen en dat progressieven allerhande ecologische beperkingen willen invoeren.

Nieuwe breuklijnen

Maar waar liggen dan de nieuwe ideologische breuklijnen?

Op economisch vlak is dat waarschijnlijk het duidelijkst. Zo goed als geen enkele partij stelt de vrije markt écht in vraag. Weinig tot geen politici zijn van mening dat de staat zoveel mogelijk productie- en distributiemiddelen in handen moet houden. Wat wel voor debat zorgt, is de mate van grenzen aan die markt. Dus geen klassiek links en rechts, maar wel een groep die de grootst mogelijke vrijheid van de markt voor ogen houdt tegenover een groep die het eeuwige groeien en graaien van de onzichtbare hand wil beteugelen door ecologische en sociale principes. Met andere woorden, De nieuwe spanning is zit tussen een vrije en een gecontroleerde markt.

Op politiek vlak richt de ene kant zich dan weer sterk op de oude principes van een natiestaat, terwijl de andere kant op de eerste plaats verktrekt vanuit een mensenrechtendiscours. Op het eerste zicht lijken die principes helemaal niet ‘tegenover’ elkaar staan maar toch is dit een nieuwe breuklijn. Het hele debat over confederalisme is daarvan een bijzonder goed voorbeeld. Dat debat gaat immers niet over de precieze staatsvorm. Ten gronde gaat het over een andere visie op solidariteit. De ene groep beoogt een ‘verbeterde’ natiestaatstructuur om van daaruit de solidariteit op een eigen wijze te kunnen invullen terwijl de andere groep de solidariteit door de uitbouw van nog grotere Europese of mondiale normen wil versterken.

De breuklijn identiteit

De grootste nieuwe ideologische breuklijn is echter de discussie rond identiteit. En die breuklijn bepaalt voor een groot stuk de andere. Alleen wordt dit over het hoofd gezien doordat één van beide groepen het identiteitsdebat geheel naar zich toetrekt. Deze groep ziet immers een grote lotsverbondenheid tussen burgers die zich in dezelfde culturele gemeenschap bevinden. In Vlaanderen betekent dat op dit moment: een gemeenschap die zich baseert op de ‘waarden en normen’ van de verlichting. In deze ideologische groep is het voor velen dan ook onverstaanbaar dat zoiets als ‘wereldburgerschap’ tot identiteitsvorming kan leiden omdat je schijnbaar enkel trots kan zijn op je identiteit binnen die specifieke cultuurgemeenschap en de normen en waarden waar die voor staat.

Maar dat is natuurlijk geenszins het geval. Ook mensen uit de andere ideologische groep richten zich heel sterk op identiteit. Alleen vertrekken ze daarbij wel degelijk vanuit een gevoel van lotsverbondenheid met de gehele mensheid.

Dat merk ik nog het meest in mijn contacten met heel wat politiek actieve moslimjongeren. Al gaan onze gesprekken heel vaak over normen en waarden omdat die natuurlijk ook voor ons van enorm belang zijn, in onze beleving zijn die niet op de historiek van één specifieke groep gebaseerd. Wanneer ik als hedendaagse Vlaamse christen een gezamenlijke identiteit ervaar met een hedendaagse Vlaamse moslim, dan vertrekt die niet vanuit een enkelvoudige gemeenschap, maar wel vanuit het herkennen en erkennen van elkaars ‘bezieling’.

Socio-politiek gesproken is ‘bezieling’ natuurlijk een moeilijk te definiëren concept, maar zo’n concept laat wel toe om een fluïder begrip van cultuur te hanteren en eenheid in de diversiteit te benadrukken. De bron van bezieling kan immers voor iedereen verschillen. Door welke traditionele, culturele, religieuze of filosofische bron iemand precies gevoed wordt, is daarbij van weinig belang. Van veel groter belang is dat iedereen de mogelijkheid krijgt om zijn of haar bron te ontdekken en voor die ontdekking uit te komen – niet enkel als een vorm van zelfontplooiing maar ook als basis om relatie te tussen het lokale en het globale.

Keuzes maken

Deze zondag zullen we dus niet meer kiezen tussen links en rechts. Maar overheen partijen, afhankelijk van de specifieke politici die de meeste stemmen krijgen, zullen we wel kiezen voor nieuwe ideologieën.

Niet dat die nieuwe ideologieën in alles tegengesteld zijn, want zoals dat bij de oude breuklijnen ook het geval was, zijn er in de concrete discussies natuurlijk bijzonder veel raakvlakken. Meer nog, net die raakvlakken zorgen er voor dat het maatschappelijke debat mogelijk blijft.

Maar al gaat het helemaal niet om een compromisloos ‘voor’ of ‘tegen’, toch zullen we wel degelijk een wezenlijke keuze maken. We zullen kiezen tussen een bepaalde tendens, een bepaalde nadruk en een bepaalde focus. We kiezen namelijk voor een tendens van een vrije of een gecontroleerde markt. We kiezen voor een nadruk op natiestaat of op mensenrechten. We kiezen voor een focus op normen en waarden of op bezieling.

Share